Ziekhuisapotheker Marieke Beex promoveerde vorig jaar op
onderzoek naar het antipsychoticum clozapine. Een mooie en
belangrijke prestatie waar we graag met Marieke over spreken.
We legden haar vragen voor over haar onderzoek en wilden ook
graag weten hoe haar promotietijd verliep, inclusief de openbare verdediging.
En we vragen haar naar eventueel volgend onderzoek.
Kun je iets vertellen over je achtergrond?
“Zeker, ik ben ziekenhuisapotheker van de apotheken van het
Albert Schweitzer Ziekenhuis en de A+ Apotheek (de gezamenlijke
bereidingsfaciliteit van het Albert Schweitzer Ziekenhuis en het
Amphia Ziekenhuis). Tevens ben ik medisch manager en ben ik
betrokken bij onderwijs en onderzoek. Verder heb in de afgelopen
jaren veel ervaring opgedaan met de farmaceutische zorg voor de
patiënten van de GGZ-instelling Yulius. Dit omvat medicatiebewaking, patiëntbegeleiding, medicatieveiligheid en medicatiereviews.”
Hoe ben je gestart met je promotieonderzoek?
“Voordat ik ermee begon, had de vakgroep van ziekenhuisapothekers nog geen gepromoveerd staflid. Om mensen in dit ziekenhuis te mogen opleiden tot ziekenhuisapotheker, moest minstens
één van de stafleden gepromoveerd zijn. Omdat het uitvoeren van
wetenschappelijk onderzoek altijd al mijn interesse had, was de
stap naar mijn promotieonderzoek snel gezet. In mijn dagelijkse
werk was ik verantoordelijk voor de farmaceutische zorg aan de
klinische patiënten van GGZ Yulius; dat het onderwerp van mijn
promotieonderzoek zich richt op een antipsychoticum is dan ook
niet vreemd. Uiteindelijk is dit dagelijks werk van me ook echt de
succesfactor van het onderzoek gebleken, juist omdat het zo goed
aansloot bij de vraagstukken uit de dagelijkse praktijk.”
Hoe ben je van start gegaan?
“Ik had al veel contact met collega’s binnen Yulius en begon
gesprekken te voeren met de toenmalige directeur van de ‘Yulius
Academie’. Hij werd later mijn copromotor. Vanuit de apotheek was
er al veel interesse in clozapine vanwege de speciale rol die dit
middel speelt bij de behandeling van patiënten met schizofrenie.
De specifieke onderzoeksvragen in mijn proefschrift ontstonden
allemaal vanuit de praktijk.”
Kun je hiervan een voorbeeld geven?
“Natuurlijk, zo was er bijvoorbeeld een psychiater die zich afvroeg welke bloedspiegels ze moest hanteren voor een patiënt die slechts eenmaal per dag clozapine gebruikte. Het therapeutisch bereik, zoals eerder onderzocht, was namelijk gebaseerd op een dosering van tweemaal per dag. In de praktijk wordt clozapine steeds vaker eenmaal per dag toegediend, zonder duidelijke richtlijnen. Hierbij werden dus referentiespiegels van patiënten die tweemaal per dag clozapine gebruiken, gebruikt voor het beoordelen van spiegels van patiënten die dit middel eenmaal daags gebruiken. En dat is niet automatisch correct. Een hoofdstuk in mijn proefschrift richt zich op patiënten die één keer per dag clozapine gebruiken.”
Hoe combineerde je je dagelijks werk met promotieonderzoek?
“Mijn promotor benadrukte het belang van een vaste dag per week voor mijn onderzoek. Het eerste jaar was behoorlijk intens, omdat ik mijn reguliere taken efficiënter moest uitvoeren om zo genoeg tijd voor mijn onderzoeksdag vrij te maken. Uiteindelijk ontstond er een beter evenwicht tussen mijn onderzoekswerk en mijn activiteiten als ziekenhuisapotheker. Daardoor heb ik het onderzoek gelukkig goed kunnen uitvoeren.”
Ga je na je promotie nog verder met onderzoek?
“Ja, ik zou graag meer onderzoek willen zien naar de farmacokinetiek van clozapine tijdens de zwangerschap. Hierover is nog weinig bekend. Zo weten we onvoldoende over de mate waarin clozapine de placenta passeert en dus hoeveel clozapine de foetus bereikt, en welke korte- en langetermijngevolgen dit heeft. Daar zou ik echt wel mee verder willen, of met de farmacokinetiek van psychofarmaca tijdens de zwangerschap in de bredere zin.”
Wat vond je het lastigste deel van je promotieonderzoek?
“Dat er veel ‘from scratch’ opgezet moest worden; tegelijkertijd was dat ook de uitdaging en datgene wat achteraf de meeste voldoening gaf. Eén van de voorbeelden hiervan was het onderzoek naar clozapinespiegels. Hiervoor wilden we kijken naar de ongebonden fractie, dit wil zeggen, het gedeelte van clozapine dat niet aan eiwitten is gebonden. Deze ongebonden fractie is namelijk de hoeveelheid werkzame stof. Toen we aan het onderzoek begonnen dachten we dat er een goede gevalideerde methode was om die ongebonden fractie te meten, maar toen we van start gingen, bleek dit niet zo te zijn. Dit betekende dat we eerst deze methode nog zelf moesten valideren. Uiteindelijk heeft het geleid tot meer kennis en een uitbreiding van een hoofdstuk in mijn proefschrift. Dus hoewel dingen soms best lastig waren, gaf het natuurlijk ook wel veel voldoening als het uiteindelijk lukte.”
En wat was voor jou het hoogtepunt van je promotieonderzoek?
“Voor mij was het hoogtepunt een WMO-plichtig onderzoek waarbij we 44 patiënten hebben geïncludeerd om de farmacokinetiek van clozapine grondig te bestuderen. Dit was nog niet eerder op deze manier gedaan. Het organiseren ervan was een enorme uitdaging. Patiënten moesten op verschillende tijdstippen bloed afstaan, wat vervolgens naar Leiden en Groningen werd gestuurd. Ik ben er erg trots op dat dit allemaal gelukt is en een succes werd.”
Wat is jouw gouden tip voor promovendi?
“Persoonlijk vond ik het prettig om niet fulltime met onderzoek bezig te zijn. De afwisseling met praktijkwerk vond ik waardevol. Als het onderzoek tijdelijk niet soepel verliep, kon ik voldoening halen uit mijn werk als ziekenhuisapotheker. Hoewel één onderzoeksdag per week een goed begin was, denk ik dat twee dagen optimaal zou zijn geweest. Nu was één dag in de week vaak net te weinig, waardoor het onderzoek nog meer vrije tijd opslokte. Een ander cruciaal aspect is een fijn promotieteam. Ik ben erg tevreden met de goede begeleiding die ik heb gekregen.”
Hoe heb je de promotieplechtigheid ervaren?
“In eerste instantie keek ik er niet echt naar uit. Velen vertelden me dat het een fantastische ervaring zou zijn, vergelijkbaar met trouwen in je eentje. (Lachend!) Maar ik herinner me nog goed dat ik tijdens mijn eigen bruiloft dacht: ‘Wat ben ik blij dat ik hier niet alleen sta.’ Ik hoef niet in het middelpunt van de belangstelling te staan. Toch heb ik alles lekker over me heen laten komen en uiteindelijk voor de volle 100% genoten van de verdediging en de festiviteiten daarna. Waar ik van te voren overigens wel naar uitkeek en wat ook ontzettend leuk bleek te zijn, was dat mijn man en kinderen aanwezig waren om te zien waar ik jarenlang aan had gewerkt en wat het had opgeleverd.”
Wat hoop je dat de lezers uit jouw proefschrift hebben gehaald?
“Dat het tijdstip van inname van clozapine, de dosering, het tijdstip van afname en zelfs het type buis invloed hebben op de gemeten clozapinespiegels. Dit geldt niet alleen voor clozapine, maar ook voor andere medicamenten. Dus als je een artikel leest waarin spiegels van medicatie worden bepaald, moet je over deze zaken nadenken. In veel artikelen staat echter niet beschreven hoe laat bloed is geprikt, wat het doseerregime was, en of het nou in plasma of serum wordt bepaald. Het is echt kwalijk dat deze informatie ontbreekt, al helemaal als er een meta-analyse wordt verricht. Dan kunnen zo maar verschillende studies op een hoop gegooid worden, waarbij er bij de ene studie bv. dalspiegels zijn geprikt en bij de andere 12-uurs spiegels. Dan is het niet zo gek dat er geen consistent verhaal uit de meta-analyse komt. Dus als je een artikel leest waarbij spiegels van medicamenten worden bepaald, denk dan aan deze zaken en kijk of ze ook vermeld worden in het artikel.”





