Een paar weken geleden zat ik met mijn PhD-collega’s te borrelen bij mij thuis, en ineens besefte ik hoe bizar onze wereld eigenlijk is. En dan heb ik het nu even niet over de ellende die momenteel op vele plekken gaande is, of de absurde situaties in de Nederlandse politiek, maar echt over ónze wereld, of anders geformuleerd: de bevoorrechte bubbel waarin wij leven. Niet alleen vanwege het feit dat we zaten te borrelen in het appartement dat ik recent heb gekocht met mijn vriend, in de geliefde wijk Blijdorp in Rotterdam – iets wat tegenwoordig voor veel starters helaas nauwe-lijks haalbaar is. Maar ook omdat het prikken van een nieuwe borreldatum vrij onmo-gelijk bleek: de eerstvolgende week zat de één in Portugal, de week erna de ander in Mallorca, de week erop de derde in La Palma en hier zal ik de opsomming maar afkappen voordat het echt gênant wordt. Een veel gestelde vraag is inmiddels niet meer óf je dit jaar nog op vakantie gaat, maar welke verre reis je gaat maken ( ‘verre reis’ verwijzend naar een reis buiten Europa). Hoewel dit binnen ‘onze bubbel’ haast een vanzelfsprekendheid lijkt, is dit natuurlijk voor de meeste mensen niet zo. Hoe mooi is het dat we dit kunnen doen, maar hoe jammer is het dat we juist dááraan soms voorbij lijken te gaan?
En die bubbel stopt niet bij verre reizen. Ook in sport is de vraag die ik vaak hoor niet óf je een marathon hebt gelopen, maar hoeveel en in welke tijd? Dit jaar liep ik zelf mijn eerste marathon in 3 uur 42 minuten – en was ik stiekem best een beetje teleurgesteld dat ik mijn streeftijd van 3 uur 30 minuten niet haalde. Ook ging ik recent op vakantie naar Mallorca, waar ik welgeteld nul dagen op het strand heb gelegen, maar wel in vijf dagen zo’n 400 kilometer en 5.000 hoogtemeters heb afge-legd op mijn racefiets.
‘De vraag is niet óf je een marathon hebt gelopen, maar hoeveel en in welke tijd?’
Mijn vriendinnen noemen me inmiddels gekscherend ‘machine’. Grappig, maar misschien ook een tikkeltje zorgelijk.
Ik vraag me weleens af hoe het komt dat zoveel mensen in mijn (werk)omgeving zo zijn. ‘Soort zoekt soort’, denk ik. En als je zo’n werkgekkie bent als ik en de anderen om mij heen, heb je ook een uitlaatklep nodig.
De kunst is, naar mijn mening, om je bewust te zijn van de bubbel waarin je leeft en dankbaar te zijn voor de voorrechten en kansen die dat biedt. Want zoveel landen van je bucketlist af kunnen strepen voor je dertigste levensjaar, of urenlang kunnen hardlopen voor je plezier – dat is echt niet voor iedereen weggelegd. Hoe bijzonder is het dat dit kan?
Verder vind ik het heerlijk – en belangrijk – om met regelmaat ook even úit die bubbel te stappen. Tegenwoordig zing ik in ‘The Space Choir’, een groovy popkoor met een bont gezelschap: van de queer gemeenschap, tot pensionado’s. Een fijne uitlaatklep en leuke manier om ook eens niet-werk-gerelateerde verhalen te horen, van mensen met allerlei verschillende achtergronden en leeftijden. Ook weekendjes bij mijn ouders op de boerderij in de Achterhoek, doen me beseffen dat het geluk vaak in de kleine dingen zit.
Mijn uitnodiging is dan ook: sta eens stil bij de bubbel waarin jij je begeeft. Wees dankbaar voor wat die je biedt, maar gun jezelf ook de ruimte om er af en toe uit te stappen. Je hoeft geen marathons te lopen of verre reizen te maken om trots of gelukkig te zijn. Soms zit vrijheid niet in méér, maar in minder. Misschien is het nieuwe normaal niet dat alles kan, maar dat je leert tevreden te zijn met wat er al is.





