In samenwerking met admin 13:52 Uncategorized

Ik word enthousiast als uitkomsten direct vertaald kunnen worden naar de kliniek

Hoe is het om als beginnend promovendus in het Albert Schweitzer ziekenhuis te belanden? We vroegen het aan Arjen Yousefi, die sinds 1 juli dit jaar gestart is met zijn promotieonderzoek bij de afdeling hematologie

Arjen, hoe was je eerste indruk hier?

Het ASz kende ik toevallig van twee eerdere coschappen, chirurgie en oogheelkunde. Daarnaast werken mijn beide ouders in dit ziekenhuis. Ik had al een positieve indruk van het ASz. In het Erasmus, waar ik mijn geneeskundeopleiding heb gedaan, is alles veel grootschaliger. Hier is het net iets kleiner en zijn de lijntjes korter om dingen geregeld te krijgen. Daarbij is er in dit ziekenhuis voldoende ruimte voor diepgang en is er specifieke klinische expertise aanwezig.

Waar ga jij je de komende jaren op storten?

Mijn onderzoek focust zich op de ziekte chronisch myeloïde leukemie (CML). Dit is een chronische vorm van beenmergkanker die over het algemeen goed onder controle te krijgen is met medicijnen, de zogenaamde tyrosinekinaseremmers (TKI’s). Vroeger was het idee dat alle CML-patiënten levenslang met TKI’s behandeld moeten worden. Interessant is dat patiënten, bij wie de leukemiecellen door de TKI voor langere tijd onderdrukt zijn, tegenwoordig een poging kunnen doen om hun TKI-behandeling te stoppen. De helft van de patiënten blijft uiteindelijk succesvol gestopt. Maar dat betekent ook, dat bij de andere helft de ziekte terugkeert na zo’n stoppoging. Ik ga onderzoeken of er meer voorspellers van succesvol stoppen te vinden zijn, zodat we patiënten met een hogere succeskans beter kunnen selecteren.

En wat maakt het zo belangrijk om dit te kunnen voorspellen?

De medicijnen tegen CML kosten veel geld en ze hebben ook de nodige bijwerkingen. De tweede generatie TKI’s zijn bijvoorbeeld berucht om hun cardiovasculaire risico’s. Daarnaast brengt het slikken van medicijnen tegen kanker ook een psychische belasting met zich mee. Als laatst kan een patiënt bij een onsuccesvolle eerste stoppoging niet zo makkelijk weer een tweede poging ondernemen. Een dergelijke tweede stoppoging wordt momenteel vrijwel alleen binnen wetenschappelijke studies gedaan, omdat de kans op succes kleiner is.

Wat heeft je aangetrokken om dit onderzoek te doen?

In het Erasmus MC kwam ik op de hematologieafdeling in aanraking met verschillende vormen van leukemie. Ik zag zowel acute leukemieën zoals AML en ALL als ook de chronische vormen waaronder CML. De verschillen tussen al deze vormen van leukemie interesseerden me enorm. Het is fascinerend dat er in het beenmergsysteem op verschillende manieren fouten kunnen ontstaan, die een grote impact kunnen hebben op de patiënt. Daarbij komt dat de behandelingen per type leukemie compleet verschillend zijn en dat er steeds meer ingenieuze gerichte behandelopties bijkomen. Dit alles heeft mij doen besluiten om voor deze unieke kans te gaan om onderzoek te doen naar CML, waarbij er ditmaal niet een behandeling wordt toegevoegd maar juist wordt weggelaten.

En wat is de relevantie van het onderzoek dat je nu doet?

Ik vind het belangrijk om onderzoek te doen, waarbij de uitkomsten direct vertaald kunnen worden naar de kliniek. Daar word ik zelf erg enthousiast van. Mijn promotieonderzoek leent zich goed voor dit doel.

Heb je alles kunnen vinden in je eerste weken in het ASz?

Zeker. In de eerste week heb ik alles kunnen regelen. Bijvoorbeeld een computeraccount en benodigde software. De reference manager (EndNote) heb ik via een Topdeskmelding via ICT makkelijk kunnen bemachtigen. Ik vind het daarnaast ook prettig dat we iedere vrijdag research meetings hebben. Daar sluiten ook niet-hematologische onderzoekers aan.

Is het interessant dat ook andere onderzoekers zich aansluiten?

Zeker! Het is niet alleen leuk om anderen te leren kennen, maar ook goed om andere invalshoeken van onderzoek te zien en te leren.

Is er ook iets dat je mist in het ASz?

In academische centra is er een duidelijk onderzoeks- en PhD-netwerk aanwezig. Dat vind ik niet zo zichtbaar in het ASz. Ik ken enkele promovendi, maar ik weet lang niet wie er nog meer onderzoek verricht.

Heb je behoefte om meer met andere onderzoekers op te trekken?

Ja, het is goed om enerzijds een sociaal netwerk van onderzoekers te hebben. Anderzijds kun je dan ook makkelijker met peers sparren over bijvoorbeeld het analyseren van data.

Welke tips heb je voor aankomende promovendi?

Vraag laagdrempelig om hulp. Stel gerust vragen en laat je helpen.

(Visited 10 times, 1 visits today)
Facebook
Twitter
LinkedIn
Sluiten