Gatske Nieuwenhuyzen-de Boer verdedigde eind vorig jaar haar proefschrift over de mogelijke verbetering van de behandeling van vrouwen met eierstokkanker (ovariumcarcinoom) door middel van PlasmaJet. Hier hebben we eerder over geschreven (WASz december 2022). Tussen haar drukke bedrijvigheden door als gynaecoloog in het Albert Schweitzer ziekenhuis, blikten we met haar terug op het promotietraject.
Wat heb je onderzocht, Gatske?
“Bij vrouwen met uitgezaaid ovariumcarcinoom is de progressievrije overleving en de totale overleving het langst, wanneer de tumor volledig operatief verwijderd kan worden. Daarom moeten we, naast de inzet van nieuwe medicatie en aanvullende therapieën, streven naar het bereiken van een complete verwijdering. Nu is er een nieuw chirurgisch instrument op de markt gekomen: de PlasmaJet. Dit apparaat zet argongas om in plasma, waarna het kleine uitzaaiingen kan laten verdampen of verschillende weefsels die met de ziekte verkleefd zijn, beter kan scheiden. Ik heb onderzocht of je door de PlasmaJet beter een complete verwijdering van de tumor kunt bereiken. En ook of het gebruik van dit apparaat veilig is voor patiënten met een ovariumcarcinoom.”
Wat was de aanleiding om dit onderzoek te doen?
“De PlasmaJet is op de markt gekomen op basis van flinterdun wetenschappelijk bewijs dat de inzet bijdragend zou zijn. Ik heb hier een systematische review over geschreven, waaruit blijkt dat het gebruik van het instrument bij heel weinig patiënten getest was. Eigenlijk ging het slechts om case-series. Een multicenter gerandomiseerde studie ontbrak. Wij vonden dat dit nodig was. Enerzijds wisten we niet of dit apparaat wel veilig is, anderzijds wisten we ook niet of het doelmatig was. En dat is in deze tijden van stijgende kosten in de gezondheidszorg wel essentieel!”
Wat is nu de volgende stap?
“De laatste patiënten zijn in september 2020 geïncludeerd. Om ook de langetermijneffecten in kaart te brengen, wachten we nu op deze data die in najaar 2025 beschikbaar komen. Ondertussen is hier een nieuwe promovenda met het onderzoek gestart. Mocht blijken dat de PlasmaJet kosteneffectief is, dan zouden we het gebruik van dit apparaat willen implementeren in Nederland.”
Zijn er aspecten in je onderzoek die je van tevoren niet had verwacht?
“Ja, we hadden geen rekening gehouden met de mensen bij wie je wel start met een operatie, maar waarbij de ziekte toch uitgebreider is dan verwacht. Dan moet je stoppen met de operatie zonder dat je eigenlijk begonnen bent om de tumor te verwijderen. Omdat we over deze groep mensen niets hadden geschreven in ons studieprotocol, moesten we deze groep mensen (8%) wel meenemen in de analyses. Daarnaast heb ik deze groep verder gevolgd. En wat blijkt? Ze blijken allemaal heel divers behandeld te zijn. Dat komt omdat we niet weten wat de beste behandeling voor deze groep is. Leven deze mensen langer, als je toch doorgaat met de chemotherapie of heeft dat geen zin? Wat de beste behandeling is, zouden we graag verder willen onderzoeken.”
Wat mooi dat er vanuit een zogenaamde toevalsbevinding een mooi vervolgonderzoek gaat komen! Hoe ben je – naast je drukke baan als gynaecoloog – in dit onderzoek geraakt?
“Ik had een aanvraag voor dit onderzoek met de PlasmaJet ingediend en dit werd gehonoreerd door ZonMw. Dit was de basis van mijn promotieonderzoek. Na mijn fellowship in het Erasmus MC ben ik als gynaecoloog in ASz begonnen. Verder heb ik in het Erasmus MC een aanstelling van 0,2 FTE die ik kon gebruiken voor het doen van onderzoek.”
Heb je tijdens je werk als gynaecoloog in het ASz ook aan je onderzoek gewerkt?
“Nee, niet aan mijn eigen onderzoek. Om het onderzoek af te ronden kwam dat toch neer op avond- en weekendwerk. Inmiddels hebben we vanuit de 1% regeling van het MSB wel onderzoekstijd. Deze tijd gebruiken we om mee te doen met veel andere doelmatigheidsonderzoeken.”
Hoe heb je jezelf ertoe gezet om je onderzoek af te ronden?
“Allereerst vond ik dat ik het aan de patiënten verplicht was. Geen enkele patiënt heeft gevraagd om deze ziekte te krijgen, en dan doen ze ook nog mee met mijn onderzoek. Daarnaast is het gemeenschapsgeld waardoor ik ook vond dat ik verantwoording moest afleggen aan de maatschappij, door het onderzoek af te ronden. Maar bovenal was het ook de lol die ik uit het doen van onderzoek haal. De samenwerking met andere ziekenhuizen, met andere disciplines (internist-oncologen, pathologen) en het begeleiden van masterstudenten en mijn eigen leertraject.”
Hoe was het thuisfront voor je?
“Dat heeft me ontzettend gesteund. Omdat ik in de avond- of weekenduren aan mijn promotie werkte, vraagt dat soms om het maken van keuzes. Voor mijn gezin probeerde ik er altijd te zijn en de leuke en belangrijke dingen samen met hen te doen.”
Wat was je hoogtepunt tijdens je promotieperiode?
“Dat waren er veel. Maar een bijzonder hoogtepunt was wel de voltooiing van de inclusies. En ik vond het gaaf om na al die digitale congressen weer eens fysiek bij een internationaal congres te kunnen zijn.”
Wat maakte dat zo leuk?
“Er lopen op een dergelijk congres allemaal oprecht geïnteresseerde mensen rond die graag de zorg willen verbeteren. Ik vond het heel leuk om met hen in gesprek te gaan naar aanleiding van de presentaties die ik mocht houden.”
En wat was het dieptepunt?
“Een echt dieptepunt was er niet. Wel dingen die je misschien anders had willen zien. Zo vielen de inclusies wat tegen in sommige centra. Bij een toekomstig multicenter chirurgisch onderzoek zou ik overwegen om zogenaamde ‘stopping rules’ in te bouwen, zodat centra geëxcludeerd kunnen worden bij bijvoorbeeld tegenvallende inclusies. Ik zou centra ook eerder betrekken bij het opstellen van het onderzoeksprotocol. Je hoopt daarmee dan een gezamenlijke verantwoordelijkheid te creëren voor je onderzoek. Een andere tegenvaller was dat de PlasmaJet een aantal keer is gebruikt, terwijl de patiënt in de controlegroep zat. Voor de individuele patiënt is het heel begrijpelijk, als je toch de PlasmaJet gebruikt in de hoop om tot een beter operatieresultaat te kunnen komen. Echter, voor de kwaliteit van het onderzoek is het zeker niet goed en dit heeft uiteraard tot de nodige gesprekken geleid met de desbetreffende onderzoekers.”
Wat zijn je tips aan toekomstige promovendi?
“Zie je promotie als een levenservaring. Ik heb er zoveel van geleerd! Bijvoorbeeld de aandacht voor mensen met lage gezondheidsvaardigheden. Moeten we daarom niet bij elke schriftelijke uitleg over de studie een filmpje toevoegen om een diversere groep deelnemers te verkrijgen?”
We danken Gatske voor het delen van haar ervaringen en wensen haar heel veel succes met het vervolg van het onderzoek. We zullen er ongetwijfeld weer over berichten in een volgende WASz!





