De afdeling Spoedeisende Hulp (SEH) biedt zeven dagen per week en 24 uur per dag zorg aan acuut zieke patiënten. De collega’s bieden complexe zorg aan diverse patiënten, van pasgeboren baby’s tot ouderen van tot wel boven de honderd. Er wordt nauw samengewerkt met de andere specialismen binnen het ziekenhuis.
Organisatie
Op de SEH kan het soms behoorlijk druk zijn, op een dag kunnen zich er zomaar 100 patiënten presenteren. De patiënten komen natuurlijk niet netjes verdeeld over de dag, maar soms juist bijna allemaal tegelijkertijd op zogenaamde piekmomenten. Om de acute zorg dan goed te laten verlopen is een soepele samenwerking tussen collega’s essentieel. Dat zijn er veel. Zo lopen er arts-assistenten SEH rond, maar ook arts-assistenten en coassistenten van de andere specialismen. Verder zijn er – afhankelijk van het tijdstip – een of twee SEH-artsen aanwezig en een internist acute geneeskunde. Daarnaast is uiteraard het overleg en de aanwezigheid van de specialisten van de andere vakgroepen essentieel aangezien patiënten van alle disciplines zich op de SEH presenteren. En natuurlijk zijn de verpleegkundigen onmisbaar en wordt de SEH ondersteund door vrijwilligers die wachtende patiënten en familieleden een kop koffie of iets te eten aanbieden.
Nieuwe ontwikkelingen
Het plan voor 2024 is om de zorg op de SEH nog efficiënter in te richten en hiervoor meerdere verbeteringen door te voeren. Het doel van het project SEH24 is onder andere het verbeteren van de doorstroming van patiënten naar de kliniek en het vermijden van SEH-stops. Dit laatste wil zeggen dat de SEH op ‘rood’ staat, dat de afdeling (te) vol is en er geen patiënten meer gezien kunnen worden. Ambulances en huisartsen moeten dan uitwijken naar andere ziekenhuizen.
Wetenschap
Binnen de SEH wordt het aandachtsgebied ‘wetenschappelijk onderzoek’ behartigd door Suzanne Schol-Gelok. Suzanne is binnen de SEH aangesteld als wetenschapscoördinator. Zij is daarmee naast haar taken als internist-acute geneeskunde ook verantwoordelijk voor het overzien van het wetenschappelijk onderzoek dat op de SEH plaatsvindt. In die hoedanigheid begeleidt ze ook verscheidene ANIOS en AIOS bij het doen van wetenschappelijk onderzoek.
Om een indruk te krijgen van het onderzoek waarbij de Spoedeisende Hulp betrokken is, geven wij hieronder een actueel overzicht van de lopende onderzoeken.
True-studie – Daan Vlot, AIOS SEH
Het doel van het True-onderzoek is het evalueren van de ambulance triage. Bij de ambulance worden patiënten getrieerd met behulp van het ProQA-systeem. Voor deze studie wordt gebruikgemaakt van ambulancedata. Met terugwerkende kracht wordt gekeken of op basis van de beschikbare gegevens de ernst van de klacht juist is ingeschat en of de juiste middelen zijn ingezet. Een voorbeeld hiervan is het inzetten van een A1-rit, dit is spoedvervoer met zwaailicht en sirene, welke binnen 15 minuten ter plaatse moet zijn. Dit is voorbehouden aan de meest dringende en levensbedreigende situaties. Bij een ernstig maar niet levensbedreigend probleem is het beter om een A2-rit in te zetten, namelijk spoedvervoer zonder zwaailicht en sirene met een aanrijtijd van ongeveer 30 minuten. Met deze studie kan bepaald worden hoeveel overtriage en ondertriage plaatsvindt. Overtriage vindt plaats als de situatie ernstiger wordt ingeschat dan deze daadwerkelijk is, ondertriage vindt plaats als de situatie minder ernstig of minder spoedeisend wordt ingeschat dan deze daadwerkelijk is. Overigens zal er altijd – ondanks goede inzet van zorgmedewerkers – sprake zijn van enige over- en ondertriage. Verder wordt in de studie gekeken naar welke diagnosegroepen het vaakst voorkomen bij de over- en ondertriage.
TriAmbu-studie – Nikolien van de Ven, AIOS SEH
In het TriAmbu onderzoek wordt gekeken of de ambulancezorg juist wordt ingezet. Als er sprake is van respiratoire of hemodynamische instabiliteit of de noodzaak tot spoedvervoer, is de inzet van de ambulance terecht. Ook als er direct intraveneuze of intramusculaire medicatie gegeven moet worden, is de inzet van ambulancezorg gerechtvaardigd. Als er van geen van deze situaties sprake is, wordt geëvalueerd of het inderdaad een terechte ambulancerit is geweest of dat de zorg op een andere manier verleend had kunnen worden, bijvoorbeeld via de huisarts of de huisartsenpost. Met dit onderzoek wordt een bijdrage geleverd aan het motto ‘de juiste zorg op de juiste plek’.
Bloedkweken op de SEH – Jurgen Wolters – van Hulsentop, Verpleegkundige Spoedeisende Hulp
In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van CTcue. Dit is een programma dat op basis van medische tekstanalyse patiëntdata ophaalt uit HiX. Met behulp van dit programma wordt specifiek gekeken naar het verschil tussen de opbrengst van bloedkweken, dat wil zeggen bloedkweken waarin micro-organismen worden gevonden, bij patiënten met sepsis die op dat moment koorts hebben, ten opzichte van patiënten met sepsis die op dat moment geen koorts hebben.
Jurgen Wolters-van Hulsentop (Verpleegkundige Spoedeisende Hulp)
Als SEH-verpleegkundige ligt mijn focus niet alleen op acute zorg, maar ook op het verbeteren van de kwaliteit van zorg. Voor dit laatste ben ik betrokken bij het NEED, een specifieke database ontworpen voor kwaliteitsregistratie acute zorg. Als HBO Verpleegkunde-student geïnteresseerd in het verhogen van de zorgkwaliteit, kwam ik al snel uit bij wetenschappelijk onderzoek. Mijn eerste aanraking met onderzoek was het schrijven van een Critical Appraisal of Topic (CAT), gericht op de criteria voor het afnemen van bloedkweken op de SEH. Geïnspireerd door deze CAT, wil ik mijn onderzoek verdiepen en uitbreiden als onderdeel van mijn opleiding. Ik wil bijvoorbeeld de komende periode dossieronderzoek doen met focus op de effectiviteit van voorspellende tools bij het aantonen van bacteriemie. Ik hoop te kunnen ontdekken of deze tools kunnen bijdragen aan een vermindering van het aantal benodigde bloedkweken op de SEH. Dit kan een significante impact hebben op zowel de efficiëntie als de kwaliteit van de zorgverlening.
Al deze onderzoeken vereisen veel samenwerking en de inzet van een breed scala van collega’s. Een van de samenwerkingsverbanden is neergezet binnen de coöperatie Ambulancedienst Zuid-Holland Zuid, waarbinnen het Albert Schweitzer ziekenhuis, het Erasmus MC en de ambulancedienst samenwerken. Eén van deze collega’s binnen de ambulancedienst is Peter de Kruijter, verpleegkundig specialist en werkzaam als medisch manager van de meldkamer. In deze functie houdt hij zich onder andere bezig met kwaliteitsverbetering. Hierdoor is hij nauw betrokken bij het wetenschappelijk onderzoek, onder andere bij de True-studie en de TriAmbu-studie. Naast Peter zijn er natuurlijk nog veel meer collega’s op en rond de afdeling SEH die zich inzetten voor wetenschappelijk onderzoek. Drie van deze collega’s vroegen we om iets over zichzelf en hun onderzoeksinteresse te vertellen (zie de kaders).
Suzanne Schol-Gelok (internist-acute geneeskunde)
Ik ben internist acute geneeskunde en wetenschapscoördinator van de SEH. In 2020 ben ik gepromoveerd met als onderwerp ‘de invloed van (co-)medicatie op biomarkers van de stolling’. Sinds 2021 begeleid ik met veel plezier AIOS, ANIOS en een verpleegkundige met het doen van onderzoek en ben ik het aanspreekpunt voor onderzoek op de SEH. Vanuit deze positie probeer ik vooral onderzoeksprojecten op te starten en te begeleiden die consequenties hebben voor de SEH-zorg. Dit omdat we veel hebben aan onderzoeksresultaten waarmee we het beleid of de organisatie van de spoedzorg kunnen verbeteren.
De onderzoeksprojecten richten zich deels op de prehospitale zorg bij de ambulancedienst, en binnen de coöperatie Ambulancedienst Zuid-Holland-Zuid. Daarnaast richten de onderzoeken zich op de doorstroom van de SEH met het ontwikkelen van een SEH-druktemeter, maar zijn er ook medisch-inhoudelijke en praktische onderzoeksprojecten, bijvoorbeeld met bloedkweken op de SEH. Tot slot participeren we ook in onderzoek opgezet vanuit bijvoorbeeld de afdelingen chirurgie of klinische psychologie, en doen we mee met onderzoek opgezet in andere medische centra. Hierin vallen ook de flashmob-studies: onderzoeken die in één dag worden gedaan.
Druktemeter op de SEH – Eva Schippers, AIOS SEH
Met behulp van dit onderzoek wordt een nieuw systeem ontwikkeld om de drukte op de SEH te meten. Het huidige systeem waarmee drukte voorspeld wordt, valt helaas in de praktijk tegen. Het nieuwe systeem (de ‘SEH-druktemeter’) wordt ontwikkeld op basis van verschillende parameters en probeert drukte op de SEH en SEH-stops te voorspellen. Denk bij parameters bijvoorbeeld aan het aantal oude patiënten of juist hele jonge, hoog getrieerde patiënten, patiënten met isolatie-indicaties, aangemelde patiënten, en ook de bezetting van artsen en verpleegkundigen en de beschikbare ziekenhuisbedden. De parameters worden gebruikt door een machine learning-model om de drukte te voorspellen. Vervolgens zal er een koppeling worden gemaakt aan een ‘real-time dashboard’, zodat insturende huisartsen en specialisten drukte op de SEH kunnen zien en er beter geanticipeerd kan worden op drukte. Voor dit onderzoek heeft de SEH een stipendium verkregen.
Eva Schippers (AIOS Spoedeisende Geneeskunde)
Op 1 januari van dit jaar ben ik begonnen met de opleiding tot SEH-arts in het ASz. Hoewel patiëntenzorg het grootste deel van mijn werk beslaat, vind ik het doen van wetenschappelijk onderzoek leerzaam voor mezelf én is het belangrijk voor het vakgebied. Voordat ik in het ASz begon, heb ik me bezig gehouden met verscheidene kleine wetenschappelijke projecten, maar nu heb ik de mogelijkheid om een groter onderzoek te doen. We zijn bezig een real-time dashboard te ontwikkelen om grote drukte op de SEH vroeg te voorspellen, zodat we hierop kunnen anticiperen. Voor mij een ideaal onderwerp: klinisch relevant en heel actueel!





