In samenwerking met admin 12:27 Uncategorized

Geen enkele IBD-patiënt wist dat er een groter risico is op hart- en vaatziekten

Waarover gaat je promotieonderzoek?

Over hart- en vaatziekten bij patiënten met IBD (inflammatory bowel disease oftewel inflammatoire darmziekten, zoals Colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn). Mensen met inflammatoire darmziekten zijn vaak al op jonge leeftijd chronisch ziek. We weten al langer dat het hebben van een dergelijke darmziekte een risicofactor is voor trombotische complicaties, zoals een longembolie of een trombosebeen. Hart- en vaatziekten waren lang een onderbelicht thema bij patiënten met IBD. Terwijl juist aandacht hiervoor erg belangrijk is, omdat ook deze comorbiditeiten een grote invloed hebben op de kwaliteit van leven. Het interessante hierbij is, dat het verhoogde risico op hart- en vaatziekten niet wordt verklaard door de ‘traditionele’ risicofactoren zoals roken en overgewicht. Een van de hypotheses is dat het verhoogde risico ontstaat door de chronische inflammatie die aanwezig is bij patiënten met inflammatoire darmziekten. Ondanks behandeling van deze inflammatie kun je dit risico nooit helemaal wegnemen. Dus dan is de vraag wat je wél kan doen om het risico te verminderen. Belangrijk is zeker om direct adviezen te geven over een gezonde leefstijl, want ook in deze populatie zal een gezondere leefstijl helpen om het risico op hart- en vaatziekten te verminderen.

Gelukkig komt er steeds meer onderzoek naar hart- en vaatziekten in deze populatie, en is er ook steeds meer interesse vanuit verschillende vakgebieden. In het begin van mijn promotietraject was er nog relatief weinig aandacht voor, maar nu zijn we bijvoorbeeld gevraagd om hier iets over te vertellen in een podcast en heeft een van mijn collega’s ook een presentatie op een groot Europees congres gegeven.

Hoe ben je bij dit onderzoek terechtgekomen?

Ik heb als geneeskundestudent mijn wetenschapsstage bij de maag-, darm- en leverziekten in het Erasmus MC gedaan. Deze wetenschapsstage beviel van beide kanten heel goed en daarom mocht ik doorgaan met promotieonderzoek. Het onderwerp van mijn onderzoek (hart- en vaatziekten in IBD) sprak mij erg aan. Het was voor mij destijds een nieuw en uitdagend onderwerp en ik vind de populatie van IBD-patiënten leuk. Het onderzoek heeft natuurlijk ook raakvlakken met de interne geneeskunde, en voor mij was dat een voordeel omdat ik ook nog twijfelde tussen de interne geneeskunde en de MDL-richting. Uiteindelijk werd het dit laatste!

Je hebt in Maastricht gestudeerd, hoe kwam je hier terecht?

Ik ben afkomstig uit de regio Maastricht en ben daar inderdaad ook gestudeerd. Iemand die ik kende van de studie was ook onderzoek gaan doen in Rotterdam en vertelde me dat het ontzettend leuk en interessant was om onderzoek te doen in een groot centrum. Toen het tijd was om een wetenschapsstage te zoeken, heb ik ervoor gekozen om deze in Rotterdam te gaan doen. Het leek me ook leuk om op een nieuwe plek te gaan wonen en werken. En verder staat het Erasmus MC ook goed aangeschreven voor wat betreft wetenschappelijk onderzoek. Ik heb geen seconde spijt gehad van deze beslissing!

Wat waren de belangrijkste bevindingen van je promotieonderzoek?

We wisten al dat het risico op hart- en vaatziekten verhoogd is bij patiënten met IBD, mogelijk is dit gedeeltelijk te verklaren door de inflammatie. De inflammatie bij IBD-patiënten kunnen we bestrijden met verschillende medicijnen. Anderzijds weten we dat medicijnen ook bijwerkingen hebben. We hebben onderzocht of de medicijnen die vaak worden gebruikt bij IBD-patiënten mogelijk een nadelig effect hebben op cardiovasculaire risicofactoren. We zagen bijvoorbeeld dat prednison en tofacitinib (een JAK-remmer) ervoor zorgden dat de lipidenwaarden in het bloed van patiënten stegen. Bij een aantal andere medicamenten zagen wij dit niet. Anderzijds is de keuze van een medicament natuurlijk van een heleboel andere factoren afhankelijk, maar het is goed om hiervan kennis te hebben.

Ook hebben we in een studie IBD-patiënten gescreend op cardiovasculaire risicofactoren. Hieruit bleek dat er een discrepantie bestaat tussen het verhoogde risico dat IBD-patiënten hebben, en de risico-inschatting. De risico-inschatting via SCORE (Systematic COronary Risk Evaluation) zorgt mogelijk voor een onderschatting van het risico op hart- en vaatziekten. Dit lijkt te komen doordat overgewicht en hypercholesterolemie minder vaak voorkomen, terwijl hypertensie en hypertriglyceridemie juist vaker voorkomen bij IBD-patiënten. Een directe oplossing hebben we hier niet voor.

Wat in andere vakgebieden soms wordt gedaan, is bij de risico-inschatting een extra factor toevoegen. Bijvoorbeeld bij patiënten met reuma (reumatoïde artritis), daar wordt geadviseerd om de risico-inschatting te vermenigvuldigen met een factor 1,5. Belangrijk is verder ook de bewustwording bij MDL-artsen, huisartsen en andere zorgmedewerkers dat er bij deze patiënten een verhoogd risico is op hart- en vaatziekten. Ook voor patiënten is deze bewustwording belangrijk. Bijna geen enkele patiënt die ik sprak, wist dat ze door hun ziekte een groter risico hebben op hart- en vaatziekten. Voor patiënten kan dit er soms voor zorgen dat ze meer gemotiveerd zijn om extra op hun levensstijl te letten.

Is er in je promotietraject nog iets onverwachts gebeurd?

Jazeker. Een van de studies – een multicenter trial waarvoor we een subsidie hadden gekregen – is helaas niet gelukt. Dit was een studie naar de veiligheid en effectiviteit van een bepaald middel, een JAK-remmer voor IBD-patiënten. Echter, in de tussentijd waren er al veiligheidswaarschuwingen langsgekomen voor dit middel, er zouden bij het gebruik van dit middel veneuze trombo-embolieën kunnen ontstaan. Daardoor werd het middel minder voorgeschreven, en werd er steeds vaker een andere JAK-remmer voorgeschreven. Hierdoor liep de inclusie niet goed en moest de studie gesloten worden, omdat de patiëntenaantallen niet meer haalbaar waren.

Ook de covid-19-pandemie had effect op mijn promotieonderzoek. Onderzoek werd lastiger omdat opeens veel afspraken telefonisch waren, en je voor een goede cardiovasculaire screening, een patiënt natuurlijk wel fysiek op de poli moet kunnen zien. Ik ben wel heel blij dat ik in het eerste gedeelte van mijn promotieonderzoek – vóór covid-19 – wel een aantal congressen heb mogen bezoeken. Congresbezoek is zo ontzettend leerzaam en zorgt voor veel nieuwe ideeën, dat had ik echt niet willen missen.

Tot slot: hoe heb je de promotieplechtigheid ervaren?

Het was een ontzettend mooie dag. Ik had twee weken voor de openbare verdediging gelukkig de tijd om alles nog even door te nemen, dus ik was niet echt zenuwachtig. De dag zelf was ik wel nerveus, maar toen we van start gingen heb ik ervan genoten! Ik had een leuke, gevarieerde promotiecommissie, met onder anderen natuurlijk een MDL-arts, maar ook een hematoloog, een vasculair laborant en een epidemioloog. Hierdoor werden leuke en interessante vragen gesteld, en ontstond echt een dialoog. Na mijn promotie had ik drie maanden vrij en ben ik gaan backpacken, onder andere in Indonesië en Japan. Dat was echt wel een ontzettend fijne afsluiting.

(Visited 6 times, 1 visits today)
Facebook
Twitter
LinkedIn
Sluiten